zondag 10 februari 2019

Vrije woorden gaan vrije daden te boven

Als Doopsgezinden zeggen we vrij te zijn in ons Christelijk geloof. Als het om woorden gaat, zie ik het nog steeds grotendeels aanwezig. Als het om daden gaat, lijkt de vrijheid bijna niet meer aanwezig. Vrij zijn om zelf te bepalen welke handelingen passen bij jouw geloof lijkt steeds meer als gevaarlijk gezien te worden. Een gevaar voor de toekomst of juist een gevaar voor de vrijheid. Ik probeer nu al een tijdje een beeld te krijgen wat er speelt in de Doopsgezinde wereld. En het lijkt steeds meer een wereld te worden, die geregeerd wordt door angst. Waarbij twee angsten de hoofdtoon vormen: de angst het Doopsgezinde geloof te verliezen en de angst de Doopsgezinde broederschap te verliezen. De groep, die bang is het geloof te verliezen, wil zaken rond geloof behouden of terugbrengen. Dat kunnen zaken zijn als volwassendoop en avondmaal, maar ook zaken als geloofsgesprekken en bidden. Het gaat hier vaak minder om de hoeveelheid leden, maar meer om hoe de leden met het Doopsgezindheid omgaan. De tweede groep gaat het zeker om het aantal leden. Deze groep wil hun tweede familie behouden. Het gaat ze om zaken als broederschap, acceptatie, klaar staan voor elkaar. Maar het gaat daarmee ook om zaken, die het simpeler maken elkaar te blijven ontmoeten, zoals een kerkenraad, die zaken regelt en een centraal ontmoetingspunt als een kerk. Het probleem is, dat de ene groep op dit moment vaak de andere groep lijkt te bedreigen. Een volwassendoop is een belemmering voor mensen om lid te worden, waardoor het aantal leden minder eenvoudig kan groeien. Maar het loslaten van de volwassendoop is gelijk aan het loslaten van een traditie, die voor vele huidige leden heel belangrijk is geweest. En dan heb ik het niet eens over de dienst. Maak een dienst met een preek en je staat niet open voor de toekomst. Maak een dienst zonder preek en je staat niet open voor het heden. Ondertussen wordt elk veranderproces, ongeacht of het is voor ledenbehoud of leden krijgen, zo stilgezet. Daar komt nog het volgende bij: de toekomst wordt vaak geschetst als het maken van 1 keuze, het kiezen van 1 pad. Je kan tenslotte niet alles tegelijk. Wat betekent dat je moet kiezen om een krimpende groep te worden, die de geloofsbeleving centraal blijft stellen of een groeiende groep, waar geloof steeds meer naar de achtergrond gaat. Om maar eens twee toekomstbeelden naar voren te brengen. Maar naar mijn mening moet er toch een alternatief zijn. Binnen de marketing is het "Unique selling point" een belangrijke zaak. Dit houdt in, dat jij iets hebt, wat anderen niet hebben. Dit maakt, dat niet iedereen voor jou zal kiezen. Maar het maakt ook, dat wie voor jou kiest, niet zomaar naar een ander zal gaan. Het is iets, wat je naar buiten kan brengen als reclame. Een statement van "Hier staan we voor". Zonder te horen "Maar dat doen wij ook". En ik denk dat we dat punt in ons Doopsgezind geloof hebben. En dat dit punt tegelijkertijd een grote bindende factor is in onze Doopsgezinde broederschap. Dat punt is "Vrijheid". Wij zijn vrij om onze eigen belijdenis te schrijven. Wij zijn vrij om zelf te kiezen voor de Doopsgezinden. Wij zijn vrij om binnen de gemeente ons eigen beleid te bepalen. Wij zijn vrij van heersers en bepalers. Dus mijn voorstel zou zijn: stel dat we hier nu nog 1 vrijheid aan toe zouden voegen: "Wij zijn vrij ons geloof te tonen op de wijze, die bij ons past". Hoe stel ik me dat voor? Nou, hoe gaan we om met zaken als we over het geloof praten? We luisteren naar elkaar en respecteren elkaars mening. We roepen niet vaak "Nee, zo mag je er niet over praten". Zelfs als we de mening niet delen, kunnen we interesse krijgen voor de andere kijk op de zaak. Stel nu eens dat we deze respectvolle manier rond elkaars Christelijke woorden zouden kunnen verplaatsen naar een respectvolle manier rond elkaars Christelijke daden. Wat zou dat inhouden? Ik haal hiervoor mijn inspiratie uit Romeinen 14. Hoewel veel wetten hier voor ons niet meer van toepassing zijn, gaat het mij om vers 13 "Laat ons dan elkander niet meer oordelen; maar oordeelt dit liever, namelijk, dat gij den broeder geen aanstoot of ergernis geeft." En dat houdt voor mij het volgende in: als iemand als onderdeel van zijn/haar geloof, voorafgaande aan de dienst met elkaar wil praten in het kader van broederschap, beschrijf dit dan niet als een niet echt onderdeel van de zondagse dienst. Maar als iemand voorafgaande aan de kerkdienst de stilte zoekt in de kerkzaal, in het kader van geloof, ga dan niet zelf lopen praten in de kerk. Heb respect voor de manier waarop de ander zijn of haar geloof wil beleven. En als we het durven, wil ik nog een stap verder gaan: laten we elkaar helpen om het geloof naar wens te beleven. Als er behoefte is aan stilte, creëer een plaats voor stilte. Als er behoefte is aan praten, creëer een plaats voor praten. Als er behoefte is aan een preek, creëer een plaats voor een preek. Als er behoefte is aan popmuziek, creëer een plaats voor popmuziek. Zeg niet "Daar hebben we de mensen niet voor" of "Dat past niet bij ons". Alles wat iemand helpt in zijn of haar geloof moet iets zijn wat wij als Doopsgezinden bereid zijn om te omarmen. Er is in mijn ogen voor ons Doopsgezinden maar 1 pad open: de pad van het kiezen. De pad waar een groep mensen, gezamenlijk een weg bepaalt waar ieder in de groep zich thuis kan voelen. Wat inhoudt dat elk nieuw persoon kan leiden tot een nieuwe richting in het pad. En wat ook inhoudt dat elk huidig lid zich toch thuis blijft voelen. Laten we met de Christelijke daden leren omgaan als met de Christelijke woorden. Laten we open staan voor elkaars Christelijke daden en deze niet zo snel veroordelen. Laten we naar elkaar luisteren en proberen elkaar te begrijpen. Laten we kijken of we geïnspireerd kunnen worden door de Christelijke daden van een ander. Zodat we God leren zien in de preek of juist in de popmuziek. In het avondmaal of juist in het gesprek na de dienst. Zodat we een dienst kunnen maken, die niet modern is of ouderwets is, maar een combinatie van beiden. Een dienst waarin voor iedereen elementen zitten, die aanspreken. Maar waarin ook iedereen accepteert, dat er elementen inzitten, die minder aanspreken. Uit respect voor de mede-broeder en zuster, die juist dat element belangrijk vindt.

maandag 14 januari 2019

De Dalrede

Waarom bent u als gemeente zo bang uw kerkgebouw, uw predikant, uw kerkenraad te verliezen? Waar baseert u het idee op dat het voorbestaan van uw geloofsgemeenschap van deze zaken afhankelijk is? Is uw geloofsgemeenschap niet begonnen zonder kerkgebouw, zonder predikant, zonder kerkenraad? Waarom zou u nu dan niet kunnen voorbestaan zonder? En daarnaast: zijn uw zorgen niet verkeerd gericht? Geen lid zal uw gemeente verlaten, omdat u geen kerkgebouw meer heeft. Ze zullen u verlaten, omdat u geen zondagsdienst meer heeft. Geen lid zal u verlaten, omdat u geen predikant meer heeft. Ze zullen u verlaten, omdat u geen bijbelkringen meer heeft. Geen lid zal u verlaten, omdat u geen kerkenraad meer heeft. Ze zullen u verlaten, omdat u geen gemeenteactiviteiten meer heeft. Richt uw aandacht minder op de fysieke zaken en meer op de zaken van Geest en Broederschap. Als u een groep moet opheffen, omdat er geen 200 mensen zijn, richt een groep op voor 50 mensen. Als u een groep moet opheffen, omdat er geen 50 mensen zijn, richt een groep op voor 20 mensen. Als u een groep moet opheffen, omdat er geen 20 mensen meer zijn, richt een groep op voor 5 mensen. Als in uw gemeente niet voldoende mensen zijn, organiseer een activiteit voor de regio. Als in uw regio niet voldoende mensen zijn, organiseer een activiteit voor de provincie. Als er in de provincie niet voldoende mensen zijn, organiseer een activiteit voor het hele land. Waar het om gaat, is dat u altijd in staat bent om iedereen een plaats te geven waar hij of zij bezig kan zijn met Geest en Broederschap, aansluitend bij zijn of haar behoeftes. Laat geen lid vertrekken, omdat er voor hem of haar geen plaats is in uw gemeente. Laat u ook niet belemmeren door de fysieke zaken om een oplossing te vinden. Organiseer een zondagsdienst in een huiskamer, als u geen kerkgebouw tot uw beschikking heeft. Organiseer een bijbelkring met behulp van boeken, als u geen predikant tot uw beschikking heeft. Organiseer een gemeenteactiviteit gezamenlijk, als u geen kerkenraad tot uw beschikking heeft. Of combineer. Via internet kan een predikant een bijbelkring leiden voor wel 10 gemeentes tegelijkertijd. En zou een kerkenraad werkelijk beperkt moeten blijven tot slechts 1 kerk? Leg uzelf ook geen andere belemmeringen op. Als een vraag in Groningen beantwoord kan worden in Vlissingen, breng deze mensen dan met elkaar in contact. Als een vraag van een predikant, beantwoord kan worden door een catechisant, breng deze mensen met elkaar in contact. Het gaat er niet om uw gemeentegrenzen, uw functiegrenzen of wat voor grenzen dan ook te bewaken, het gaat erom dat u uw gemeenteleden biedt wat ze zoeken. Besef dat als mensen iets belangrijk vinden, ze er veel voor over hebben. Bepaal daarom niet voor anderen, dat een alternatief niet beschikbaar is. Wat voor u een onbespreekbaar alternatief is, kan voor de ander aan de behoeftes voldoen. U heeft slechts twee mensen nodig: een persoon met een hulpvraag en een persoon, die wil helpen. Als zij beiden ervoor gaan, zullen ze elk obstakel overwinnen. Omdat voor hun het doel belangrijker is dan welk benodigd compromis dan ook. Laat hun zelf bepalen hoever ze willen gaan en maak niet de keuze voor hun, omdat u die compromissen niet zou willen sluiten. Besef ook: twee is niet te weinig. Er staat tenslotte geschreven: “Waar twee of drie in mijn naam bijeen zijn, daar ben ik in hun midden.”. Dus waar er twee of drie in zijn naam bijeen zijn, is hij in hun midden. En als hij in hun midden is, is de geloofsgemeenschap dan afwezig? Als u vecht voor behoud, richt uw vechtlust niet op kerk, predikant of kerkenraad. Vecht voor het behoud van elk afzonderlijk lid. Laat zien dat u het waard vind voor uw gemeentelid te vechten. Laat zien dat elk gemeentelid belangrijk voor u is. Want pas als u leert vechten voor uw eigen gemeenteleden, zal u in staat zijn het gevecht aan te gaan voor nieuwe gemeenteleden. Want als u uw eigen gemeenteleden, de mensen die u kent, al geen plaats kunt bieden, hoe kunt u dan plaats bieden aan een groep onbekende vreemden?

zondag 6 januari 2019

Lopen over water..... wachten tot je zinkt

Onder de noemer "Doopsgezind in de toekomst" zijn we als Doopsgezinden bezig met het thema "Lopen over water". Als ik het nu goed begrepen heb, gaat het over de stap wagen en iets nieuws durven aan te gaan. En daarbij vertrouwen hebben dat het goed kan komen, met de Doopsgezinden in het algemeen en met je eigen gemeente.

De titel blijkt gebaseerd op Matteus 14: 22-33. Het verhaal van Jezus en Petrus, die samen over het water lopen. Ik vind het een heerlijk verhaal. Maar het is ook het verhaal, waarmee ik duidelijk kan maken, waarom ik het project "Lopen over water" tot nu toe geen toekomst geef. Waarom dit project, net als vele andere projecten, niet zal slagen.

Het verhaal gaat over vertrouwen. Vertrouwen in jezelf, in God, in Jezus, in je geloof. Kies je eigen antwoord maar. Maar het verhaal gaat over vertrouwen. Zodra Petrus door de wind bang wordt, en daardoor het vertrouwen verliest, zinkt hij. En de zin daarna waar veel nadruk op gelegd wordt van Jezus: "kleingelovige, waarom twijfel je?"

En hier zie ik ook wel een vergelijking met het project. Met veel goede moed stappen we als Doopsgezinden uit een veilige boot, het enge weer in. En niet zomaar, we beginnen aan iets, wat in de huidige tijd als onmogelijk wordt beschouwd. Het voortbestaan van de Doopsgezinden lijkt in deze tijd soms net zo'n wonder als lopen over water. De omstandigheden zijn doodeng. Maar door een persoon (of personen), die ons vooraf is (zijn) gegaan, durven we het aan. Er is dagen, weken, maanden op ons ingepraat, met veel woorden en zinnen. En het is nu tijd om zelf het vertrouwen te tonen in die woorden.

Dan stel ik me het volgende voor: eenmaal op het water overheerst eerst de trots: ik durf het aan. Ik durf dit onbekende, enge aan. En niet alleen dat, het lukt me ook. Dan voel je een windvlaag. Je ziet opeens de kracht van de wind op de boot, op de mensen om je heen, op jezelf. De moeilijke omstandigheden, die in de boot niet zo'n effect op je hadden, zie en voel je nu opeens in volle omvang. Ze zijn toch anders, enger, als je niet meer veilig in de boot zit. OK, deze eerste stappen zijn misschien wel gelukt. Maar kan je deze stappen onder deze omstandigheden wel vol houden? En zodra de twijfel toeslaat, begin je te zinken. Tot je de woorden hoort: Waarom twijfel je?

Vanaf dit moment loopt een gemiddeld toekomst plan in mijn ogen het bijbelverhaal uit. De woorden "Waarom twijfel je?" hoor je vaak. Hoe kan je twijfelen aan een goed doordacht plan, waar zoveel verschillende mensen met zoveel kennis zo lang over nagedacht hebben? Als je faalt, als de twijfel toeslaat, is het dan geen kwestie van goed in de spiegel kijken? Om goed na te gaan waarom je alweer gezonken bent? Waarom je ging twijfelen en je vertrouwen verloor?

Kan zeker geen kwaad. Maar ik mis een belangrijk element: Petrus is niet gezonken. Waar gemeentes keer op keer zinken als het gaat om toekomstplannen, is Petrus niet gezonken. En dan komen we op het element, wat ik in elk toekomstplan mis: "Direct strekte Jezus zijn hand uit, greep hem vast". Het eerste wat Jezus deed, is Petrus vastgrijpen. Pas daarna sprak hij. Veel toekomstplannen zijn het omgekeerde. Eerst zeggen we "Waarom twijfel je?" En pas daarna gaan we (misschien?) iemand de hand toereiken. Tegen die tijd is de ander allang gezonken. Want zinken gaat erg snel.

Om iemand te vragen te vertrouwen in een wonder, moet je niet alleen woorden en zinnen bieden, die moeten overtuigen. Je moet beseffen dat de kans werkelijk groot is, dat er twijfel zal toeslaan. Want vertrouwen zal in de meeste gevallen moeten groeien. In je plan van aanpak moet plek en aandacht zijn voor twijfel. Er moet gelegenheid gecreëerd worden om eerst de hand uit te kunnen steken en pas daarna woorden uit te spreken. Eerst redden en dan een wijze les leren. Niet andersom.

De reactie is vaak: maar bij Doopsgezinden staat zelfstandigheid centraal. Men moet het zelf kunnen, zelf doen. Als er iemand voor zelfstandigheid is, ben ik het wel. Het heeft dan ook jaren geduurd voor ik deze les leerde: als je echt zelfstandig wil zijn, moet je hulp kunnen accepteren. Er zijn altijd zaken, die je nog niet kan of momenten, die voor jou te moeilijk zijn. Pas als je bereid bent om op die momenten van een ander te leren, kan je later zelfstandig doorgaan. Omdat je wens om de volgende keer wel die zaken of momenten aan te kunnen, opeens een flink stuk haalbaarder wordt. Want je krijgt de kennis en de middelen hiervoor van een ander aangereikt.

Ik ben voor mooie toekomstplannen. Maar ik ben niet voor plannen, waar het wachten is op het zinken. Omdat personen of gemeentes, die daar nog niet toe in staat zijn, heel dapper uit de boot durven te stappen. Maar de werkelijke moeilijke omstandigheden nu nog niet aan kunnen. Let wel: nu nog niet. Morgen misschien wel. Mits ze op tijd iemand vinden om ze de hand toe te steken en ze daarna een wijze les te leren.

zondag 9 december 2018

Wie is er de zwakke?

Als Christen moeten we er zijn voor de zwakke. Wie dat is? Het is de zieke, het is de arme, het is de vreemdeling. Wie er voor deze is, is goed. Wie er voor deze niet is, is slecht. Of is dit te simpel? Voor mij is dit veel te simpel.

Als Christen moeten we er zijn voor de zwakke. Dus ja, we moeten er zijn voor de zieke, de arme, de vreemdeling. Geen ontkennen aan, de bijbel staat er vol mee. Maar het rijtje is voor mij niet compleet. Als Christen wil ik er zijn voor alle zwakke. Dus voor de zieke, de arme, de vreemdeling. Maar ook voor de wantrouwende, de angstige en de falende. Ook voor de persoon, die zo wantrouwend is, dat hij de hele wereld tot zijn vijand maakt. Ook voor de persoon, die zo angstig is, dat hij niet in staat is het juiste te doen. Ook voor de persoon, die het juiste wil doen, maar door gebrek aan kennis, vaardigheden, steun, zelfvertrouwen of wat dan ook elke keer opnieuw weer faalt. Ook dat staat in de bijbel. De bijbel staat vol met verhalen van mensen, die niet in staat waren te vertrouwen en vervolgens de kans kregen dit vertrouwen alsnog te krijgen. De bijbel staat vol met verhalen van mensen, die iets niet durven, maar met hulp toch de moed vonden om door te gaan. De bijbel staat vol met verhalen over mensen, die fouten maken, maar vergeving en een herkansing krijgen.

We zijn bijna rond kerst. Een moment om bij het leven van Jezus stil te staan. Ik wil het eens anders formuleren. Als ik lees, lees ik het verhaal over een man, waarbij wij als buitenstaanders zouden zeggen: nou, die heeft ook niet veel bereikt. Hij probeerde mensen iets te leren, maar zelfs zijn eigen leerlingen begrepen hem vaak niet of niet direct. Zijn woorden en daden werden steeds opnieuw in twijfel getrokken, natuurlijk van buiten zijn kring, maar ook binnen zijn kring. En als je uitgaat van het spreekwoord "In nood leert men zijn vrienden kennen", had hij nou niet echt veel vrienden.

Wat heeft dit met opkomen voor de zwakken te maken? Het is eenvoudig te herkennen, als iemand opkomt voor de arme, de zieke, de vreemdeling. Maar hoe herken je iemand, die opkomt voor de wantrouwende, de angstige, de falende. We hebben een maatschappij van "Voort wat hoort wat". Dus als je er voor iemand bent, ga je ervan uit dat deze persoon er ook voor jou zal zijn. Als jij er bent als iemand het moeilijk heeft, wil je erop vertrouwen dat deze persoon er ook voor jou is, als jij het moeilijk hebt. Daarnaast beoordelen we mensen op het resultaat. Mensen, die veel leren, willen leren. Mensen, die weinig leren, willen het waarschijnlijk ook niet.

Maar als ik over Jezus lees, lees ik een andere manier. Ik lees over een man, die er was voor de mensen in zijn omgeving, ook al wist hij dat zij er niet voor hem zouden zijn. Hij toonde vertrouwen in zijn leerlingen, zelfs als zij hem niet terug vertrouwde. Hij bleef bij ze en vroeg ze door te gaan, zelfs als zij zelf wilden stoppen. Hij bleef dezelfde boodschap keer op keer herhalen, zelfs al wist hij dat veel mensen om hen heen de boodschap keer op keer niet zouden begrijpen. Als de steun er voor hem niet zou zijn, zou die er in de toekomst voor anderen wel zijn. Als het vertrouwen er nu niet was, zou het in de toekomst komen. Als de angst nu te groot was, zou de moed elk moment alsnog doorbreken. En als de les nu niet overkwam, zou dat een tweede of derde keer wel lukken.

Arm, ziek of vreemdeling: je heb recht op hulp en steun. Hoe dit moet, is vrij algemeen bekend. Wantrouwend, angstig en falend: ook dan heb je recht op hulp en steun. Ook als dit niet wordt (h)erkend en we vaak al helemaal niet weten hoe. Want de daden door wantrouwen, angst en falen geven vaak geen goed resultaat en zijn ook niet recht te praten. Niet in de bijbel en niet in het nu. De moeilijke opdracht is om de daden af te keuren, maar de persoon niet te laten vallen. Net als je een arme niet laat vallen, als hij tien jaar arm is, laat je een falende niet vallen, als hij tien jaar faalt.

Je blijft dezelfde les herhalen: keer op keer op keer. Op dezelfde manier, op andere manieren. Maar je bent er voor iedereen, die wil veranderen, ook als het veranderen niet lukt. En je staat klaar voor iedereen, die nog niet wil veranderen, totdat die persoon zich bedenkt. Moeilijk, zelfs heel moeilijk. Zwaar, zelfs heel zwaar. Maar ik zie het wel als mijn opdracht.

zondag 18 november 2018

Kan je vrij geloven en deel zijn van een geloofsgemeenschap?

Ik worstel de laatste tijd. Niet speciaal met mijn geloof. Maar met de vraag: "Kan je vrij geloven en deel zijn van een geloofsgemeenschap". Ik omschrijf mezelf graag als een zoekende gelovige vanuit een Doopsgezind uitgangspunt. Maar ik vraag me steeds vaker af of je een echte zoekende gelovige kan zijn en tegelijkertijd deel kan zijn van een Christelijke gemeente. Ik vind van wel, maar heb moeite het in de praktijk te brengen.

In zoekende Christelijke gemeentes wordt vaak sterk de nadruk gelegd op het ondersteunen van gemeenteleden bij hun zoektocht in het geloof. Toch kan ik maar weinig mensen vinden, die hun mede-gelovigen zo zouden omschrijven. De waarde van een gemeenschap wordt vaak gezien als een tweede familie. Geroemd wordt de steun en hulp in moeilijke tijden, die vanuit de gemeenschap wordt gevoeld. Of de acceptatie, zoals je bent, zonder verzoek om je aan te passen. Dit is iets wat ik echt hoog waardeer. En iets wat ik zeker zie als een belangrijk aspect van mijn Christelijke waarde en normen. Maar het maakt mijn gemeenschap niet anders dan de andere gemeenschappen. Ben ik vreemd als ik nog iets meer zoek? Een gemeenschappelijk Christelijk aspect?

De andere kant is, dat ik vrij wil zijn in mijn eigen zoektocht naar het ware geloof. Vrij wil zijn om mijn eigen antwoorden te vinden. Hulp van anderen bij deze zoektocht is zeker welkom, maar het moet mijn eigen zoektocht blijven. Ik wil niet dat anderen, puur alleen om deel uit te maken van een gemeenschap, mij geloofseisen stellen: "Geloof dit, of je hoort er niet bij". Maar dat lijkt in tegenspraak met mijn vorige wens. Want een groep mensen, die meer is dan een los stel mensen, is vaak een groep mensen met overeenkomende meningen en overtuigingen. In het geval val een geloofsovertuiging dus over overeenkomende geloofsovertuigingen.

Binnen mijn Doopsgezinde wereld zie ik steeds vaker dat tradities, symbolen, gedeelde geloofsovertuigingen ter discussie worden gesteld in het voordeel van vrijheid in geloof. Maar voor mij voelt dit steeds vaker als een beknotting van mijn eigen vrijheid in geloven. Om een voorbeeld uit te werken: Doopsgezinden zijn voorstanders van de volwassenendoop, hoewel niemand verplicht wordt om de kinderdoop te laten opvolgen door een volwassendoop. Een volgende stap, waarover gepraat wordt, is of je geen lid kan worden zonder een volwassen- of kinderdoop. Het gaat mij niet om de discussie op zich. Het gaat mij erom of ik vrij mag ben in mijn keuze om de volwassendoop wel als een belangrijk deel van mijn geloof te zien. Omdat het voor mij een moment is, waarop je zichtbaar maakt wat er qua geloof in je gebeurt is. Ik heb respect voor diegene, die de doop besluiten niet te doen. Maar ik wil ook graag respect krijgen voor mijn besluit, hoewel een flink aantal jaren terug, om me wel te laten dopen. En mijn mening en overtuiging, dat dopen een belangrijke gebeurtenis is. Een overtuiging waar je niet over praat als "iets wat eigenlijk niet zo nodig is". Ook al is dit op basis van een redenatie, waar ik het heus wel mee eens ben: "De echte doop is niet het doopwater, maar vindt van binnen plaats".

Voor mij is vrij geloven de weg naar de bewuste keuze. Niet iets geloven, omdat iemand anders je het verteld heeft. Niet iets geloven, omdat het ergens geschreven staat. Vrij geloven is op basis van (geloofs)argumenten, al of niet gebaseerd op de bijbel. Het zijn je eigen pogingen wagen om dichter bij het ware geloof te komen. En in een geloofsgemeenschap zoek ik mensen met gelijke geloofsovertuigingen om me bij te staan op deze weg. Ze hoeven niet 100% overeen te komen, maar er moet wel veel overeenkomst zijn. Ik wil mijn eigen geloof in mijn geloofsgenoten herkennen en tegelijkertijd de verschillen tussen mij en mijn geloofsgenoten ontdekken en zien als inspiratiebron.

Als de algemene geloofsovertuigingen veranderen, wil ik er zowel voor kunnen kiezen deze niet te veranderen als deze wel te veranderen. En dit later weer te kunnen wijzigen. Ik wil een voorstander van volwassenendoop kunnen zijn en tegelijkertijd respect en waardering op kunnen brengen voor mijn geloofsgenoten, die de volwassenendoop slechts een uiterlijke handeling vinden. Ik wil een tegenstander van volwassenendoop kunnen zijn en tegelijkertijd respect en waardering op kunnen brengen voor mijn geloofsgenoten, die de volwassenendoop als een belangrijke stap op de geloofsweg beschouwen.

Ik blijf zoeken, naar die gemeenschap, die net als ik een zoekende groep wil zijn. Maar een, die dit niet ziet als een vrijbrief om vooral de verschillen te accepteren. En daarom niet meer op zoek durft te gaan naar de overeenkomsten. En zeker niet een groep, die mij misschien niet verplicht om iets te geloven, maar mij wel dwingt om iets niet te geloven. Omdat ik anders anderen niet vrij zou laten in hun geloof.

Mijn geloof hoeft niet 100% gelijk te zijn om over de overeenkomsten te kunnen praten. Mijn geloof hoeft niet 100% gelijk te zijn om een band te voelen. Mijn geloof hoeft niet 100% gelijk te zijn om samen met jou een geloofsgemeenschap te zijn.

Vrije woorden gaan vrije daden te boven

Als Doopsgezinden zeggen we vrij te zijn in ons Christelijk geloof. Als het om woorden gaat, zie ik het nog steeds grotendeels aanwezig. Als...